GPS en werking

GPS

Het Global Positioning System (GPS) is een satellietnavigatiesysteem dat ons toelaat overal op aarde onze positie te bepalen. Zeker in buitensport zijn oriëntatie en kaartlezen soms van levensbelang. Vandaar dat de kleine GPSontvangers aan populariteit winnen onder wandelaars, skiërs, fietsers,...

Werking

Het Global Positioning System bestaat uit 24 satellieten die in zes vaste orbitale banen rond de aarde cirkelen. Deze satellieten zenden signalen uit die door GPS-ontvangers kunnen worden opgevangen. Een ontvanger kan ten hoogste 12 satellieten ontvangen vanuit een bepaalde positie. De andere 12 bevinden zich boven het andere halfrond en zijn bijgevolg ‘onzichtbaar’. Een GPS-ontvanger heeft in zijn geheugen informatie over alle satellieten (de almanac) en weet op basis van de ruwe gegevens over de omloopbaan welke satellieten op welk moment te ontvangen zijn. Bij inschakeling van het apparaat zoekt de ontvanger deze 12 satellieten waarvan hij veronderstelt dat ze zichtbaar zijn. Deze veronderstelling gaat uit van de laatste positie waar het toestel is uitgeschakeld. Wanneer tussen het uitzetten en weer inschakelen van de ontvanger de positie meer dan 800 km. is gewijzigd, kan de ontvanger niet meer gericht zoeken. Het toestel zal dan één na één alle 24 satellieten afgaan (autolocatie) om de positie te bepalen. Deze procedure kan merkelijk worden ingekort door het land te selecteren waarin de ontvanger zich bevindt (re-init).
Om een positie te kunnen bepalen heeft de GPS minstens 3 satellieten nodig. Men spreekt hier van een 2D positiebepaling. Het toestel meet enkel je horizontale verplaatsing. Als je 4 satellieten ontvangt spreek je van een 3D positiebepaling. Naast je horizontale positie meet het toestel nu ook je verticale positie.
Hoe meer satellieten je ontvangt hoe nauwkeuriger Je positie bepaald wordt. Zo kan je tot 2m nauwkeurig gaan bij een optimale ontvangst.
Het GPS signaal is niet onderhevig aan Weersomstandigheden waardoor je eveneens In dikke mist vlot je weg kan vinden.