GPS Jargon

  • Trackpoint: de plaats waar je op een bepaald moment bent. Wordt om de paar minuten of seconden automatisch opgeslagen.
  • Track: een serie opeenvolgende trackpoints
  • Waypoint: punt op de kaart of in het terrein dat je in je GPS kan vastleggen of terug opzoeken (als doel).
  • Route: een serie opeenvolgende waypoints.
  • Track-back: weergave van de afgelegde route in de omgekeerde volgorde, om makkelijk terug te kunnen keren naar je vertrekpunt.
  • DGPS (Differential GPS): een extra ontvanger die je aan je GPS kan koppelen om de nauwkeurigheid te verbeteren. DGPS maakt gebruik van grondstations en is oorspronkelijk ontwikkeld voor watersporters. Niet interessant voor trekkers omdat deze signalen in bergachtig terrein niet ontvangen kunnen worden.
  • Moving Map system: systeem te vergelijken met satellietnavigatie in auto’s. De GPS wordt gekoppeld aan een digitale kaart die meeschuift naarmate je verplaatst. Bij het inschakelen is op de kaart te zien waar je je bevind.
  • WAAS: systeem dat ook gebruik maakt van grondstations, voor nog meer nauwkeurigheid. Oorspronkelijk Amerikaans, vanaf 2003 wereldwijd. In Europa heet dit Egnos. Om het Egnos signaal te kunnen ontvangen heb je een GPS met WAAS nodig.
  • PC-interface: mogelijkheid om je GPS aan je PC aan te sluiten om gegevens direct en storingsvrij uit te kunnen wisselen.
  • Pixels: puntjes waaruit het beeld van de display is opgebouwd. Hoe hoger het aantal pixels, hoe scherper het beeld (hoe hoger de resolutie).