Wanneer is een Hartfrequentiemeter nuttig?

Weers- en terreinomstandigheden bepalen hoe zwaar een training wordt. Een rustige bosloop aan een tempo van 10 km/u op een slijkerige ondergrond kan voor de ongetrainde ontaarden in een regelrechte weerstandstraining. Weerstandstraining gaat gepaard met sterk verzuurde spieren en heeft een nefast effect op de uithouding. Nochtans wordt een bosloop verondersteld de uithouding te verbeteren. Indien men in dit geval de hartslag als maat voor de intensiteit van de inspanning gebruikt, dan kunnen getrainde en ongetrainde aan de hand van hun hartslag bepalen hoe snel zij moeten lopen om bv. in uithouding te blijven.

Naast de absolute intensiteit en hartslag kan men ook ‘op gevoel’ trainen. Vóór de intrede van de hartslagmeter werd er trouwens weinig anders gedaan. Er kunnen hierbij evenwel problemen optreden. Alhoewel de ervaren sporter denkt zijn lichaam goed te kennen, wordt de intensiteit van de training vaak verkeerd ingeschat. Trainingen die puur in uithouding moeten gebeuren, worden maar al te vaak trainingen waarbij verzuring van de spieren en een hoge hartfrequentie optreedt zonder dat men dat werkelijk onmiddellijk voelt. Omgekeerd traint men soms niet intensief genoeg om het beoogde trainingseffect te bekomen. In beide gevallen kan het gebruik van de hartslagmeter tijdens training de nodige informatie verschaffen.

In het geval van de niet ervaren sporter is de hartslagmeter het instrument bij uitstek om niet elke training te laten uitgroeien tot een wedstrijd. Beginnende sporters trainen met name meestal veel te intensief waardoor het risico op blessures sterk toeneemt en het plezier tijdens de activiteit afneemt